Human Interest

'Met precisielandbouw spelen we in op het verschil in bodemkwaliteit'

Door Donna Oevering op donderdag 7 juni 2018 12:20
  • Jan Kamp van de WUR bedient met zijn telefoon de Ecorobotix. Dit zelfrijdende voertuig kan heel gericht onkruid kan bestrijden. Dit prototype wordt nog volop getest. © Fotostudio Wierd

pinterestmail

Lelystad - Op het juiste moment, op de juiste plek en met de juiste hoeveelheid spuiten tegen onkruid of ziektes. Dat is precisielandbouw in een notendop. De investeringen zijn echter hoog en de opbrengsten nog niet goed inzichtelijk. Veel boeren stappen dan ook nog niet over. Ze willen eerst zekerheid.

Dat merkt Research Manager Jan Kamp van Wageningen University Research (WUR) Open Teelten. In de volksmond beter bekend als PPO Lelystad. ‘Binnen een perceel zijn er grote verschillen in bodemkwaliteit’, legt Kamp uit. ‘Dat is van invloed op de groei van de plant en daar willen we met precisielandbouw op inspelen. Dat is de kern.’

Bodemscan

Om dat te kunnen doen, moet de boer weten hoe de bodem eruit ziet. ‘De bodem in Flevoland is relatief gunstig, omdat er minder verschillen zijn. Hoe groter de verschillen, hoe eerder precisielandbouw uit kan.’ Tegenwoordig kunnen er sensoren op machines worden geplaatst die in de grond en de gewassen meten. Zo wordt inzichtelijk hoeveel stikstof en organische stof er in de grond zitten en waar eventueel aaltjes zitten. ‘Als jij weet hoe de bodemsamenstelling van je land is, dan kun je daar op inspelen’, zegt Kamp. Als er bijvoorbeeld in delen van het perceel veel organische stof aanwezig is, dan hoeft er daar geen of minder compost of mest te worden gestrooid. Dat scheelt niet alleen tijd, maar ook geld. ‘De mestruimte is in Nederland beperkt, dus die kun je op deze manier optimaliseren. Als je het slim doet, heb je minder middelen of bemesting nodig om hetzelfde te bereiken. Hoe minder er wordt gespoten tegen onkruid bijvoorbeeld, hoe minder de groei van het cultuurgewas wordt verstoord.’

Proeftuin precisielandbouw

In het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) testen zes boeren verspreid door heel Nederland deze nieuwe vorm uit. Voor Flevoland is dat akkerbouwer Max Sturm uit Ens. Hij past nu bijvoorbeeld bij het bestrijden van onkruid op zijn uienveld de dosering naar behoefte aan. ‘Op verantwoorde wijze minder bestrijdings- of onkruidmiddel gebruiken leidt uiteindelijk tot een hogere opbrengst’, vertelt Kamp.

Alleen zijn niet alle agrariërs daar nu al van overtuigd. ‘De kosten gaan ook hier voor de baten uit. Want de boer die op deze manier wil werken, moet eerst kosten maken voor een bodemscan, een adviessysteem en soms andere sensoren aanschaffen. Wat wel veel makkelijker gaat, is tegenwoordig het gebruik van de adviessystemen.’ Dat vraagt automatisch gegevens op uit de administratie van de akkerbouwer. Het adviessysteem is ook gekoppeld aan Akkerweb, dat samen met Agrifirm is ontwikkeld. Akkerweb heeft verschillende apps en haalt bijvoorbeeld ook automatisch weer- en bodemgegevens op. ‘Kortom, de boer wordt ontzorgd. Deze ontwikkeling gaat heel sterk richting het ‘één druk op de knop-principe’.
Uit het adviessysteem rolt een taakkaart, waarop de boer in één oogopslag ziet hoe zijn bodem er uitziet. ‘Dat was altijd vrij ingewikkeld. Wat het complex maakte, faciliteert Akkerweb’, legt Kamp uit.

Deze informatie wordt ingelezen op de spuit en de boer kan heel precies zijn land bewerken. Hij bespaart misschien per hectare een paar tientjes voor het gebruik van middelen, stelt Kamp. ‘Maar bij opbrengst gaat het al gauw om enkele honderden euro’s per hectare. Die discussie proberen we te doorbreken.’

Eén druk op de knop

Met onderzoek, maar ook door het project NPPL. ‘De gemiddelde boer is economisch gedreven en als een nieuwe toepassing geld oplevert, is hij er vaak als de kippen bij’, lacht Kamp. ‘Boeren willen van de buren horen dat een nieuwe werkwijze of systeem makkelijk is. Ze hebben weinig tijd en willen met één druk op de knop weten wat ze moeten doen.’
Er is al veel verbeterd.  ‘Vroeger was een boer constant aan het sturen en de machine achter hem in de gaten aan het houden. Heel vermoeiend. Dankzij GPS hoeft hij niet meer al zijn energie te steken in het recht rijden.’ Deze stap gaat de boer ook zetten als het gaat om plaats specifiek toedienen van middelen, verwacht Kamp.

Zware machines

Agrariërs gebruiken door de jaren heen wel steeds zwaarder materieel om hun land te bewerken. Door de zware machines is er meer sprake van bodemverdichting. Daarom onderzoekt de WUR of zware, grootschalige mechanisatie kan worden vervangen door lichte, autonome en innovatieve technologieën.

Het ontwerp van een nieuw oogst transportsysteem, bijvoorbeeld. Waarbij onbereden beddenteelt en rijpaden centraal staan. Maar waarbij ook wordt nagedacht over gemengde gewassen. Dat voorkomt ook nog eens dat ziektes snel kunnen verspreiden.

Een nieuw landbouwconcept is nodig, omdat er in theorie hogere opbrengsten kunnen worden gehaald. Simpelweg omdat de rassen steeds beter worden. In de praktijk blijven de aantallen echter achter. En dat komt volgens Kamp doordat het land het zwaar te verduren heeft. ‘De bodem krijgt door de zware machines steeds meer op zijn donder.’

whatsappTip de redactie via WhatsApp! Voeg 'Flevopost' toe als contact in uw telefoon, 06-5751 5176, en stuur ons uw tips, foto’s en video’s.