Column Hans Engelvaart

Topsport in de polder? (1)

Door Hans Engelvaart op vrijdag 21 september 2018 08:06
  • ignore touch

    Archieffoto van een derby tussen SV Urk en Flevo Boys. © Vedapress

mail pinterest

Vaak wordt de vraag gesteld of in Flevoland sprake kan zijn van topsport en zo ja, hoe dat te bereiken.

Op tal van terreinen is er individueel wel een topsporter te bespeuren in onze fraaie polder en natuurlijk heeft Almere door zijn omvang ook veel met teams, qua topsport. In de andere gemeenten is dat echter minder het geval, hoewel Lelystad meer potentie zou moeten hebben dan bijvoorbeeld Dronten of Zeewolde.

Toch hangt het niet altijd van de omvang van de plaats af. Kijk maar eens naar handbal in Dalfsen. En wat te denken van Nijeveen, met korfbaltopper DOS’46. Het is dus best mogelijk om op nationaal niveau iets neer te zetten. Ik denk overigens dat het in principe makkelijker is om dat met korfbal, handbal of volleybal te bereiken dan met voetbal, waar de lat door het professionalisme erg hoog ligt.

Op amateurniveau moet het zeker wel lukken tot maximaal de tweede divisie. Met Urk en Flevo Boys heeft Flevoland twee hoofdklassers, maar daarmee houdt het ook wel op. Daar komt nog bij dat beide clubs totaal niet met elkaar te vergelijken zijn. Wat vooral opvalt is dat Urk het, een enkele uitzondering daargelaten, met eigen spelers doet. Dat is op zich al een topprestatie. Voor de andere verenigingen geldt dat het met eigen jeugd bijna onmogelijk is de top te halen.

Veel ouderen hebben het nog over clubliefde, maar het is echt een uitzondering als spelers meer dan 250 wedstrijden in een eerste elftal spelen. Het is tegenwoordig gewoon niet meer bij te houden wie waar speelt. Als je elftalfoto’s ziet gaan de veranderingen erg snel en dat is niet alleen het geval bij voetbal, maar ook bij regionale korfbalclubs, terwijl dat bij uitstek familieclubs zijn. Ook daar komen echter steeds meer spelers van buitenaf het eerste team versterken. Er is veel meer voor nodig als je echt wilt doorstoten naar de top. Daarover volgende week meer.